Heren van de raad
Bestuurlijke elite van 's-Hertogenbosch in de stedelijke samenleving 1500-1580
Bijlage 3

Deel III van deze studie is grotendeels gebaseerd op de gegevens uit deze bijlage. Hierin zijn alle schepenen, rentmeesters, pensionarissen en secretarissen opgenomen, die gedurende de periode Bamis 1500 - Bamis 1580 actief zijn geweet. Personen die vóór 1500 eenmaal of vaker als schepen hebben gediend, zijn ook na 1500-1501 als raadslieden deel blijven uitmaken van de stedelijke regering. Deze personen zijn echter, voor zover ze niet ook na 1500 nog minstens éénmaal schepen zijn geweest, buiten beschouwing gelaten. Ook voor rentmeesters, pensionarissen en secretarissen zijn de temporele afbakeningen van 1 oktober 1500 tot 1 oktober 1580 in acht genomen1.
Voor dit onderzoek is voor de diverse functies uitgegaan van verschillende belangrijke bronnen. In haar studie over de Bossche bestuursorganisatie heeft B.C.M. Jacobs lijsten gepubliceerd van de schepenen tot 1629 en van de rentmeesters van 1499 tot 16292. Voor de schepenen heeft zij zich voornamelijk gebaseerd op de zogenaamde Nomina Scabinorum, in de zestiende eeuw vervaardigde schepenlijsten3. Daarnaast opende ieder van de stadssecretarissen zijn schepenprotocol elk nieuw schepenjaar met een opsomming van de namen van de schepenen van dat jaar. Vergelijking van deze lijsten met die in de Nomina Scabinorum levert naast een structureel verschil tussen beide lijsten in de volgorde van de namen - waarover meer in het volgende hoofdstuk - enkele aanvullingen op. De belangrijkste wijzigingen en toevoegingen volgen hierna. De lijst van rentmeesters bij Jacobs vertoont enige lacunes, omdat zij zich bij de samenstelling ervan heeft laten leiden door de uitgave van uittreksels uit de stadsrekeningen, die Van Zuijlen in de negentiende eeuw heeft gepubliceerd4. Controle in de stadsrekeningen5 heeft inmiddels uitgewezen dat Van Zuijlen zeer onnauwkeurig te werk is gegaan bij de opsomming van de rentmeesters.
In de periode 1499-1546 was het financiële beheer van de stad in handen van colleges van goede mannen of gecommitteerden. Terecht heeft Jacobs hun namen in haar lijst opgenomen. Voorafgaand aan de instelling van dat college in 1499 waren twee rentmeesters voor de stedelijke financiën verantwoordelijk. Hoewel deze rol in 1499 door de goede mannen is overgenomen, zijn na 1499 toch steeds of althans nog enkele decennia lang twee rentmeesters 'oude stijl' benoemd. Ook deze personen zijn hier meegerekend. Daar zij geen enkele reële bevoegdheid bezaten, hebben zij nauwelijks sporen nagelaten in de bronnen. In de Nomina Scabinorum en in de kroniek van Peter van Os worden hun namen evenwel vermeld, zij het niet voor elk jaar. De namen van pensionarissen en secretarissen tenslotte zijn grotendeels ontleend aan de stadsrekeningen en de schepenprotocollen.
Op basis van onderzoek in zeer diverse bronnen konden de personen achter al deze namen worden geïdentificeerd en kon van het grootste deel van deze personen een aantal belangrijke gegevens worden verzameld.
De resultaten van dit onderzoek worden in Bijlage Q gepresenteerd. Uiteindelijk heeft dit onderzoek betrekking op 191 schepenen, 102 rentmeesters, waarvan er 31 tevens schepen zijn geweest, 3 pensionarissen en 19 secretarissen, waarvan er 3 tevens schepen zijn geweest: in totaal 281 personen. In het navolgende zal vele malen naar de biografische gegevens van de verschillende personen worden verwezen. Dit wordt aangegeven door het nummer tussen haken achter de naam te plaatsen: een getal alleen verwijst naar een schepen; een getal voorafgegaan door een R naar een rentmeester; een getal voorafgegaan door een P naar een pensionaris; een getal voorafgegaan door een S tenslotte naar een secretaris.
Allereerst geven we hier de verbeteringen en toevoegingen aan de schepen- en rentmeesterlijst van Jacobs weer voor de periode 1490-1580.

(1) Schepenen
Patroniemen die Jacobs niet heeft vermeld, of die in andere bronnen zijn gevonden, zijn bij deze toevoegingen niet opgenomen, maar men kan ze onder de betreffende persoon in deze bijlage vinden. Tussentijdse personeelswisselingen, veelal tengevolge van het overlijden van een schepen, worden door Jacobs onderaan de lijst met schepenen weergegeven, terwijl deze namen in de bronnen gewoonlijk na de vervangen persoon staan genoteerd. Tenslotte zijn niet steeds de juiste schepenen als gecontinueerd aangegeven; vergelijking met de lijst van het vorige jaar geeft hier echter uitsluitsel.
+ voeg toe
> wijzig in

Jacobs  wijzigingen / toevoegingen
1490Arnoud Heym
Jordaan van Achel
>
>
Arnoud Keymp
Jan van Achel
1494Lucas van Erp+i.p.v. Jan Back, die tot burgemeester was benoemd.
1497 +Gysbert Goyaerts van Gestel i.p.v. Anton Hinckaert, die stadhouder van de laagschout was geworden.
1503Jan van Boert>Jordaen van Boert
1515Jan van Erp+anders Berse
1516Jan van Boert>Jordaen van Boert
1519Jan van Erp+alias de Berse
1530Anton van Vladeracken z.v. Jan>Anton van Achel
Gerard van Vladeracken Jans
1535 +Dirck Jans van Os i.p.v. Hendrik Dachverlies †
1552Adriaan van Eyndhouts+
1561Gerard van Vladeracken z.v. Jan+ridder
1562Walraven van Erp z.v. Walraven+ridder (betreft de vader)
1565Gerard van Vladeracken+ridder

(2) Rentmeesters
Hier moet opgemerkt worden dat waar Jacobs over de periode 1508-1511 spreekt, ze de schepenjaren 1508-1509, 1509-1510 en 1510-1511 bedoelt. Bij de hiernavolgende wijzigingen duidt '1505' op het schepenjaar 1505-1506.

Jacobs  wijzigingen / toevoegingen
1499-1505 >
+
1499-1503
1504-1505
 
Gerit Moens
Roelof Noppen
Henrick van Deventer
Dirck van Hedel
Wouter Bolcx
Henrick Dircx Pelgrom
1505-1508 >
+
1505
1506-1507
 
1e vijf van 1505
Mathys Lamberts
1533-1535Jan van Wijck> Jan vande Wyel
1538-1541 >
+
1538
1539-1540
 
Gysbert Herinck
Dirck van Wyck
Wouter van Lyth
Cristoffel Kemp
1541-1544 >1541 
1544-1545 >1543-1544 


Noten
1. Dit betekent bijvoorbeeld dat mr. Arnt van Weylhuysen, die vanaf 1451 tot aan zijn dood in 1500 secretaris van de stad was geweest, niet in de onderzoeksgroep is opgenomen, omdat hij al op 6 februari was overleden. Zie: GAH OA A574a, 1499; PvO, 290.
2. JACOBS, Justitie en politie, Bijlage 4, 241-279; Bijlage 5, 280-283.
3. GAH OA A574a, b, d. De oudst bewaarde versie van de Nomina Scabinorum is A574d. Tot 1532 zijn de namen van de schepenen geschreven in de hand van secretaris Peter van Os (S13), daarna is het register voortgezet door andere handen. De andere versies zijn waarschijnlijk van dit exemplaar afgeschreven en vertonen voor de periode 1500-1580 geen verschillen. Van Os was vanaf 1483 werkzaam in de stedelijke secretarie, eerst als klerk en vanaf 1497 als secretaris. Het ligt voor de hand dat hij bij het samenstellen van de Nomina Scabinorum gebruik heeft gemaakt van de schepenprotocollen, zoals ook JACOBS, Justitie en politie, 241 suggereert. Toch blijkt bij controle dat de Nomina Scabinorum ook voor de periode vóór 1483 in sommige gevallen méér gegevens bevatten dan de naamlijsten in de schepenprotocollen. Voor het schepenjaar 1455-1456 geven de schepenprotocollen de namen van zeven schepenen (GAH RA 1226 1r, 167r, 202r, 401r); de Nomina geven echter de naam van een achtste schepen, Jan Arnts van Erp, vervanger van de in de loop van dat jaar overleden Goyaert van Dommelen. Ook voor 1457 en 1470 doen zich soortgelijke gevallen voor. Het lijkt derhalve aannemelijk dat Van Os andere, ons onbekende bronnen ter beschikking heeft gehad bij de samenstelling van zijn schepenlijst; mogelijk was hij niet zelf de samensteller, maar heeft hij een oudere, ons onbekende lijst afgeschreven en deze vervolgens jaarlijks aangevuld
4. JACOBS, Justitie en politie, 283; VAN ZUIJLEN, Inventaris.
5. GAH OA B7-B97.

Anton Schuttelaars | Nijmegen 1998